Onderdeel van:

12 mei 2026   •   10 min. leestijd

Wet DBA

Het werken met zzp’ers blijft voor veel organisaties aantrekkelijk, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Zeker nu de Belastingdienst strenger controleert op schijnzelfstandigheid, is het belangrijk dat je de samenwerking met zelfstandigen goed inricht.

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) speelt hierin een belangrijke rol. Deze wet bestaat al sinds 2016 en is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en duidelijkheid te geven over de relatie tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Doordat de handhaving de afgelopen tijd is aangescherpt, is het nog belangrijker geworden om hier bewust en zorgvuldig mee om te gaan.

Wanneer is er sprake van een dienstverband?

De Belastingdienst kijkt naar drie kenmerken om te bepalen of er sprake is van een dienstverband (een arbeidsovereenkomst):

  • Opdrachtnemer voert het werk zelf uit (en stuurt niemand om het werk te komen doen);
  • Opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer voor de werkzaamheden;
  • Er is een gezagsverhouding (de werkgever geeft instructies en aanwijzingen).

Ontbreekt één van deze onderdelen, dan is er meestal geen arbeidsovereenkomst.

Vooral de gezagsverhouding is in de praktijk vaak lastig te beoordelen. Er wordt namelijk niet alleen gekeken naar wat er op papier staat, maar vooral naar hoe de samenwerking er in het dagelijks werk uitziet. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin:

  • De opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd;
  • Er invloed is op het aantal uren of werkdagen;
  • Er inhoudelijke aansturing plaatsvindt;
  • Hetzelfde werk wordt gedaan als collega’s in loondienst, onder vergelijkbare omstandigheden.

Komt dit in de praktijk voor, dan kan dat erop wijzen dat iemand niet volledig zelfstandig werkt en dat er sprake is van een gezagsverhouding. Als daarnaast ook het werk zelf wordt uitgevoerd en er wordt betaald voor het werk, kan er sprake zijn van een dienstverband.

Bij twijfel kan ook nog worden gekeken naar hoe zelfstandig iemand echt onderneemt, bijvoorbeeld of iemand meerdere opdrachtgevers heeft en zelf bepaalt hoe het werk wordt georganiseerd.

Aangescherpte handhaving

Sinds 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat organisaties die met zzp’ers werken kritischer moeten kijken naar hoe de samenwerking in de praktijk is ingericht. Blijkt uit die praktijk dat iemand eigenlijk als werknemer werkt, dan kan de Belastingdienst ingrijpen.

Voor organisaties zijn de gevolgen daarmee duidelijker en concreter geworden. Bij een verkeerde beoordeling kunnen naheffingen volgen voor loonheffingen en sociale premies. Deze kunnen met terugwerkende kracht worden opgelegd, in ieder geval vanaf het moment dat de handhaving weer actief is gestart. In situaties van opzet of kwaadwillendheid kan de Belastingdienst verder terugkijken.

Ook voor zzp’ers kan dit gevolgen hebben. Als achteraf wordt vastgesteld dat er sprake is van loondienst, heeft dit invloed op hun fiscale positie en de manier waarop hun inkomsten zijn verwerkt.

Wat is het grootste risico?

Een belangrijk en vaak onderschat risico ontstaat wanneer een zzp’er achteraf stelt dat er toch sprake is van loondienst. Een voorbeeld hiervan is wanneer een zzp’er ziek wordt en geen verzuimverzekering heeft. Blijkt dan dat er eigenlijk sprake is van schijnzelfstandigheid, dan kan de zzp’er claimen dat hij of zij in loondienst was. In dat geval kan de opdrachtgever alsnog verplicht worden om loon tijdens ziekte door te betalen, met vaak flinke financiële gevolgen.

Minder zekerheid vooraf

Eerder werd veel gewerkt met modelovereenkomsten om afspraken met zzp’ers vast te leggen. Hoewel deze nog steeds gebruikt kunnen worden, geven ze op zichzelf geen zekerheid. De beoordeling richt zich tegenwoordig namelijk vooral op hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Het blijft daarom belangrijk dat de dagelijkse samenwerking past bij wat er op papier is afgesproken.

Twijfel je over een samenwerking met een zzp’er? Dan kan de webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van de overheid een handig hulpmiddel zijn. Met deze online vragenlijst krijg je een indicatie of een opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd. De uitkomst is vooral bedoeld als extra controle en helpt om vooraf bewuster naar de samenwerking te kijken.

Bekijk de webmodule hier: Beoordeling arbeidsrelatie – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Wat betekent dit in de praktijk?

Een zelfstandige die zelf zijn tarief bepaalt, meerdere opdrachtgevers heeft en eigen keuzes maakt in het werk, zal meestal als ondernemer worden gezien. Dit zijn signalen dat iemand echt zelfstandig werkt. Anders ligt het wanneer iemand structureel werkzaamheden verricht binnen een organisatie onder dezelfde omstandigheden als werknemers in loondienst, bijvoorbeeld met vaste werktijden, inhoudelijke aansturing en het volgen van interne werkwijzen. In dat geval kan er sprake zijn van een dienstverband.

De inzet van zzp’ers blijft dus mogelijk, maar vraagt om duidelijke afspraken én een uitvoering die daarbij past. Door vooraf goed te beoordelen hoe de samenwerking eruitziet en daar bewust mee om te gaan, verklein je de risico’s en voorkom je problemen achteraf.

Heb jij vragen over de Wet DBA? Neem dan contact op met één van onze HR-consultants.